System Engineering in de bouw ...

Op Internet stuitte ik laatst op een discussie die ging over het begrip system engineering. System engineering is een werkwijze die in de vliegtuigbouw of auto-industrie erg gangbaar is en eigenlijk voortkomt uit de ruimtevaart. Grote complexe projecten kunnen worden onderverdeeld in meerdere deelprojecten waarbij hun rol in het grotere geheel niet uit het oog verloren mag worden.

De eindgebruiker speelt een belangrijke rol en er wordt niet alleen naar de realisatie van iets gekeken maar naar de totale levenscyclus. Zo kan een RVS leuning bij een viaduct wel eens veel goedkoper blijken te zijn dan een geschilderd stalen hekwerkje. Tot die conclusie kan je komen als je ook kijkt naar het onderhoud. Misschien moet je bijvoorbeeld wel een snelweg afzetten voordat het hekje geschilderd kan worden. Afijn een andere manier ontwerpen dus. Met een bredere blik.

Ik ben zeker geen expert in dat hele verhaal en de term System engineering  was voor mij nieuw. Ik heb er nu het e.a. over gelezen en dan ga je natuurlijk nadenken over hoe wij dat nu doen in de bouw. Hoe ontwikkelen wij meestal een bepaald product?

Neem nu bijvoorbeeld een gemiddeld  aanbestedingstraject in de bouw. 6 architectenbureaus maken voor een appel en een ei 6 fantastische plannen die dan door een klein clubje leken worden beoordeeld. Daar valt dan een subjectieve keuze gemaakt op onderbuik gevoel. Spreekt het plaatje en het verhaaltje erom heen je aan ja of nee?

Zo’n soort product ontwikkeling kennen we volgens mij alleen in de bouw en staat haaks op de gedachte achter system engineering. 5 ontwerpteam verspillen nodeloos veel energie en met de kennis die dat heeft opgeleverd wordt vrijwel niets gedaan. En is er op deze manier wel voldoende ruimte om te zoeken naar de vraag achter de vraag? Elke gerespecteerd architectenbureau zal claimen dat zij altijd op zoek zijn naar de vraag achter de vraag. Maar in hoeverre is dat mogelijk als je niet werkt volgens de principes van de system engineering?

De discussie die ik dus wil aanslingeren is het volgende: Wordt het niet eens tijd om te stoppen met die vage aanbestedingstrajecten waarbij we 6 ontwerpteams aan het werk zetten met een vaak onvolledig PvE en moeten we niet gaan beginnen met serieuze product ontwikkeling volgens de principes van de system engineering?

Pas op voor de Cowboys… ...

Kennis van de markt is onontbeerlijk als het gaat om het kiezen van de juiste aannemer. Er zijn gelukkig veel goede en betrouwbare aannemers en er zijn helaas ook een aantal aannemers die vallen in de categorie “Cowboys”. In deze blog wil ik mijn ervaring delen die ik heb opgedaan met de cowboys.

Maar één belang

De zogenaamde “Cowboys” hebben maar een belang en dat is het werk veilig stellen. Met een goedkope prijs proberen ze u te verleiden om uw handtekening te zetten onder een contract. Ze werken het liefst zonder een kritisch oog van een architect of een bouwkundige. Vaak bieden deze cowboys aan om voor u het tekenwerk te verzorgen. Daarvoor schakelen ze tekenbureaus in die ze naar hun pijpen kunnen laten dansen. Op die manier zetten ze het werk volledig naar hun eigen hand.

Cowboys denken alleen aan zichzelf

De cowboys komen vaak met voorstellen om e.a. goedkoper te kunnen bouwen. Van al deze “verbeteringen” die zij doorvoeren krijgt u als klant vaak maar een fractie in geld terug. Tijd om na te denken geven de cowboys u niet. Door te roepen dat de bouw vertraging dreigt op te lopen zetten ze u enorm onder druk. Bij klachten geven zij veelal niet thuis. “Dat doen wij altijd zo” is hun weerwoord op al uw klachten.

Cowboys leunen achterover

Aan de onderhandelingstafel zitten ze vol met wilde ideeën en lijken ze actief mee te willen denken voor een maximaal resultaat. Zodra ze de opdracht eenmaal binnen gaan de cowboys achterover leunen. Ze komen niet met voorstellen hoe je e.a. het beste zou kunnen bouwen. Ze vragen alleen wanneer de tekeningen klaar zijn zodat ze kunnen gaan calculeren. Niet echt de houding die je mag verwachten van een bouwteam partner.

Zodra ze de tekeningen binnen hebben gaan ze ermee de markt op om hun leveranciers uit te knijpen. Daarna volgt vaak een bezuinigingsronde waarbij ze de regie het liefst in eigen hand houden. In deze fase verdienen ze hun geld. De architect wordt ervaren als een lastpost die je moet zien te lozen. Sommige opdrachtgevers gaan hier in mee en dan is het als adviseur erg lastig om je staande te houden. Zonder de steun van je opdrachtgever ben je als adviseur kansloos en kun je alleen maar toezien hoe de cowboys aan de haal gaan met je ontwerp.

Onmenselijk

Het werk wordt trouwens voor een groot deel uitgevoerd door ZZP’ers. Daar is op zich niks mis mee mits de cowboys deze arbeidskrachten fatsoenlijk zouden betalen. Maar dat gebeurd in veel gevallen niet, de ZZP’ers worden tegen elkaar uitgespeeld en zo staan ze te werken voor tarieven die schommelen tussen de 10€ en 15€ per uur. Beter iets dan niets toch? U als klant betaald daar echter gewoon 30€ of 35€ per uur voor. Zo wordt er toch nog winst gemaakt en kunnen ze de staartkosten indrukwekkend laag houden. U zult begrijpen dat deze ZZP’ers uit pure noodzaak deze situatie accepteren maar dat ze echt geen lol meer in hun werk hebben. Tezamen met de hoge werkdruk ontstaan er onmenselijke situaties. Het kan niet anders dan dat dit ten koste gaat van de uitvoering.

Cowboys zijn achteraf bezien te duur

Uiteindelijk krijgt u een gebouw wat best nog wel lijkt op hetgeen is ontworpen maar de kwaliteit laat vaak te wensen over en u heeft er uiteindelijk veel te veel voor betaald. Niet zelden draait het dan uit op vervelende rechtszaken waarbij u als opdrachtgever zwak staat om dat er geen goede tekeningen en contractstukken zijn opgesteld. De cowboys zijn u steeds net een stapje voor. Ze weten exact hoe de juridische wereld in elkaar steekt.

Goedkoop is duurkoop

De cowboys lijken in eerste instantie stukken goedkoper te zijn maar dat is slechts schijn. Middels meerwerk krikken cowboys in een later stadium hun prijzen op. En wat ik net ook al aanhaalde, ze geven u veel te weinig terug voor de bezuinigingen die ze doorvoeren. Zeker als er geen goede tekeningen zijn, het bestek ontbreekt en u niet iemand naast u heeft staan die voor uw belangen opkomt kunnen de cowboys het erg bond maken. Het zal u duidelijk zijn dat u dit type aannemer beter kunt vermijden.

Niet allemaal cowboys

Maar gelukkig zijn het niet allemaal cowboys die aannemers. Ik ken genoeg betrouwbare bouwers die wel willen gaan voor kwaliteit. Aannemers die op een eerlijke manier een boterham proberen te verdienen. Aannemers die een actieve rol innemen en meedenken over de wijze van bouwen. Ze komen met nuttige alternatieven en werken open en transparant.

Met dat soort bouwers is het ronduit prettig werken. Dat vertaald zich terug in een stukje kwaliteit. Samenwerken is nu eenmaal beter dan elkaar tegenwerken. Met deugdelijk advieswerk, zoals een goede set tekeningen en een bestek, is het voor iedereen duidelijk wat er moet gebeuren. Dat voorkomt niet alleen fouten tijdens de uitvoering maar ook een hoop discussie over wel of geen meerwerk.

Hoe om te gaan met cowboys? (als u dat al zou willen)

Laat u dus niet wijsmaken door de cowboys dat u best zonder een architect of bouwkundige kunt. U kunt best zaken doen met cowboys maar dan is het erg belangrijk dat u één hecht front vormt met uw adviseurs. Mochten de cowboys proberen om een wig te drijven tussen u en één van uw adviseurs dan dient u te bedenken wat het belang is van de cowboy om deze wig te drijven. Het is bekend dat wanneer opdrachtgever en adviseurs 100% op één lijn zitten de cowboys indammen en zich gedragen als een mak lammetje. Een kwestie van geen ruimte geven.

...

Het is alweer twee weken geleden dat we met 38 ondernemers gezamenlijk op de bedrijvencontactdagen stonden met ons mooie DWJM Netwerkplein. Alhoewel de totale beurs heeft te maken met krimp, Maar liefst 250 bedrijven minder dan de jaren ervoor, was het op het DWJM Netwerkplein wederom gezellig druk. We kunnen terug kijken op een zeer geslaagde editie.

Zo waren er verschillende activiteiten georganiseerd op het plein zoals een borrel van Ta Wolfeard, muzikale optredens, een deelnemerslunch en een wijnproeverij. De Hopper bracht enorm veel sfeer mee met hun dreamteam. Goed voor de herkenning en samen met de Lawei, die de muzikale omlijsting verzorgde, was het echt een klein stukje Drachten daar in die grote hal.

Blij waren we ook met de komst van het Innovatiecluster. Zes toonaangevende bedrijven met o.a. (Neopost Technologies, Kiestra Lab Automation, Variass Group, Irmato, Norma-IMS en Philips CL Drachten) hebben de samenwerking opgezocht om kennis te kunnen delen en om onder de aandacht te brengen wat een mooie vestigingsplaats Drachten eigenlijk is. Veel mensen weten helemaal niet wat voor mooie bedrijven we allemaal binnen onze gemeentegrenzen hebben. Goed dus dat het nu breed wordt uitgedragen.

Het DWJM netwerkplein is nu echt een begrip geworden. Het staat als een huis en het concept wordt langzaam overgenomen door andere beursgangers. Een mooier compliment kun je eigenlijk niet krijgen.

Anders dan andere jaren gaan Studio Tymo en MARKING ontwerp | bouwadvies nu direct door met de voorbereidingen voor volgend jaar. Het is nu echt een continu proces aan het worden. Acquisitie hoeven we niet meer zoveel te doen maar we willen meer tijd steken in het stroomlijnen van het voorbereidingsproces. Daar kunnen we nog wel een slagje in maken.

Dat betekent ook dat de inschrijving voor volgend jaar dus ook al van start is gegaan. Alle deelnemers van vorig jaar hebben al een aanmeldingsformulier in de bus gekregen. Mocht u er volgend jaar ook bij willen zijn laat het ons dan zo spoedig mogelijk weten. Dan gaan wij bekijken in wat voor vorm we iets voor u kunnen betekenen.

Misschien moet het plein een beetje groter of kunnen we de randen erbij gaan betrekken. Veel bedrijven willen toch een eigen stand maar willen wel profiteren van het collectief. Dat proberen we voor volgend jaar te gaan organiseren. Dat neemt veel tijd in beslag dus vandaar het verzoek om niet te lang te wachten. Indien u meer wilt weten kunt u een contact opnemen met:

Mark Maas
Telefoon: 0512-540 237
E-mail: markmaas@mijntekenaar.nl

Of met:
Robbert Kooistra
Telefoon: 0512 – 842 231
E-mail: robbert@tymo.nl

Op Youtube kunt u een filmpje bekijken van de afgelopen beurs:

DWJM Netwerkplein 2012

Individuele herkenbaarheid… ...

Soms wordt je geconfronteerd met begrippen waar je niks mee kunt. Individuele herkenbaarheid is zo’n begrip waar ik niks mee kon. Ik kwam het vorig jaar voor het eerst tegen toen we bezig waren met het organiseren van het Drachtster Ondernemersplein op  de zakenbeurs in Leeuwarden. Wij bleken over het begrip “Individuele herkenbaarheid” niet goed nagedacht te hebben. Het was ook achteraf ons grootste kritiekpunt, naast de totale mislukking van de lampenkappen.

Ik heb er veel over nagedacht. Wat je er mee zou kunnen doen met dat begrip ‘Individuele herkenbaarheid”.  Hoe onderscheid je jezelf van een groep? Door een contrast te maken volgens mij.  Dat kan op vele manieren. Iets wat afwijkt van de rest valt gewoon op. 10 mooie meiden in een oranje jurkjes tussen een massa lelijke uitgezakte stomdronken supporters vallen op. Het Drachtster Ondernemersplein maakt een duidelijk contrast met de overige 769 deelnemende standhouders door een duidelijke groepspresentatie waarbij heel sober is omgegaan met de inzet van reclame-uitingen.

Het is dus een groepsprestatie waarbij het individuele belang op de tweede plaats is gekomen. Dat is niet iets menselijks. In de dierenwereld is dit de normaalste zaak van de wereld om het belang van de groep boven het eigenbelang te plaatsen zodat je er uiteindelijk persoonlijk ook beter van wordt. Voor mensen is dit een hele lastige opgave. Wij hebben het geduld blijkbaar niet om eerst te investeren in de groep zodat op een  later moment de vruchten geplukt kunnen worden.  Wij mensen willen ons het liefst direct helemaal volvreten.

Dat blijkt ook nu wel weer met de organisatie van de tweede editie van ons plein. Een aantal deelnemers van vorig jaar haakten af vanwege de “Individuele herkenbaarheid” die wij dus niet voldoende blijken te bieden. Tja hoe val je op in een team met allemaal hetzelfde shirt? Door je loopje? Door je prestaties op het veld? Of moet je de aandacht zien te vangen met reclame uitingen? Voor je het weet ben je een groep van 25 schreeuwende ondernemers die allemaal druk in de weer zijn met hun eigen individuele herkenbaarheid waardoor het contrast met de overige 769 deelnemers is verdwenen. Dan schreeuw je weer vanuit een volledige anonimiteit. Lastige punt dus, ik kwam daar niet echt uit.

Afgelopen donderdag moest ik een presentatie houden in de Hopper tijdens de maandelijkse KlinkedIn. Een soort zakenborrel, ( het is net werken). Afijn ik had besloten om het begrip Individuele herkenbaarheid maar eens aan de kaak te stellen. Ik had een groot reclamebord van mijn eigen bedrijf mee naar de hopper genomen. Dat bord heeft eerst een half uur vreselijk in de weg gestaan. Ik zeulde het ding de hele kroeg door en dat resulteerde in menig verbaasde blik. Alfred kondigde me aan en ik heb een soort van presentatie gehouden over ons nieuwste product. De zogenaamde “Individuele herkenbaarheids banier”.

De eerste twee minuten van mijn presentatie keek iedereen eigenlijk alleen maar verbaasd. Sommigen hadden oprecht medelijden met mij. Ik stond me echt vreselijk aan te stellen en was enorm onhandig aan het stuntelen met dat grote reclamebord. Stootte de microfoon bijna om, hield het bord op de kop, verschool mij erachter kortom het kwam nogal chaotisch over. Ondertussen vertelde ik mijn verhaal over de individuele herkenbaarheid en wat we daar als oplossing voor hadden bedacht: “De draagbare individuele herkenbaarheids banier”. Ofwel de mensen een groot reclamebord mee laten zeulen met de daarop de boodschappen waarvan zijzelf het idee hebben dat anderen daar op zitten te wachten.

Toen ik vertelde dat je het bord ook heel goed kon gebruiken om een gesprek te interrumperen door het eenvoudig weg tussen de twee gesprekspartners in te schuiven zag ik één voor één de kwartjes vallen en kwamen er glimlachjes op de monden. Ik hoop nu dus bevrijd te zijn van dat akelige begrip “individuele herkenbaarheid”. Maar dat zal vast wel van niet.

Ik heb me prima vermaakt in ieder geval. Wat ikzelf het leukste vond om te horen na mijn kleine act was dat eigenlijk niemand mij kon vertellen welke reclame boodschap er op dat grote reclamebord van mij stond vermeld. Het was toch een banier van 80cm bij 175cm. Niet klein dus. Dus wat heel veel ondernemers graag willen, breed uitpakken met reclame uitingen,  werkt niet eens. Dat gaf me weer energie om vast te blijven houden aan ons concept. Het gaat om de menselijke interactie en niet om de reclameboodschappen. Gelukkig maar.

Aanbesteding: kwaliteit op de tweede plaats ...

Tot 2008 ging het allemaal prima. Je had goede en slechte aannemers en als bouwkundige wist je wel welke partijen je wel of niet moest uitnodigen voor een bepaalde klus. Elke aannemer had zijn eigen vaste lijst met onderaannemers. Deze lijst bevatten vaak partijen waarmee het goed werken was. Als je als architect dan een aanbesteding organiseerde en je nodigde 5 a 6 bouwers uit dan kreeg je van 2 of 3 daadwerkelijk een prijs.

Op zich was dat een prima systeem. Het was als adviseur de kunst om de markt goed te kennen zodat je wist welke partijen “honger” hadden. Als een aannemer net een paar grote opdrachten had binnen gehaald dan wist je dat het geen zin had op die aannemer nu ook nog eens te gaan vragen voor jouw klus. Je kreeg of geen prijs of eentje die nergens over ging.

Hoe anders is het nu. Ik heb het idee dat op dit moment de aanbestedingen leiden tot een selectie van de meest slechte partijen die er in de markt te vinden zijn. Je komt bij de aannemer terecht die de grootste cowboys heeft ingehuurd die bereid zijn om enorm diep te gaan. Dat kan niet anders dan dat het ten koste gaat van de kwaliteit. Ik zie dat dan ook terug als ik op de bouw rondloop. Het enige wat nu nog telt is of iemand kan werken binnen de gestelde uren. Of iemand dan ook nog in staat is om een bepaalde kwaliteit af te leveren komt echt op een tweede plaats. Het is de prijs die we betalen voor het huidige aanbestedingssysteem.

We vragen hier als opdrachtgever natuurlijk zelf om. We dwingen, met een aanbesteding, de aannemers om zijn vaste betrouwbare lijsten van onderaannemers los te laten en in zee te gaan met partijen die zijn in 2008 bij, wijze van spreken, nog op hun zwarte lijst hadden staan. Ga je niet in zee met partijen die ver onder de prijs willen werken dan haal je die opdracht gewoon niet binnen. Zo komt de uiteindelijke kwaliteit onder druk te staan. De druk is nu zo hoog dat je jezelf kunt afvragen of de mate waarin je moet inboeten op de kwaliteit nog wel in verhouding staat met het prijsvoordeel die we behalen middels zo’n aanbesteding.

Komende week ga ik het maar eens anders doen. We hebben een luxe vrijstaande woning aanbestedingsgereed maar we denken er nu over om voor onszelf gewoon een rieel bedrag vast te stellen waarmee we tevreden zouden zijn. Dan drie aannemers vragen of ze het hier voor kunnen doen en of ze nog alternatieven zien om e.a. te verbeteren dan wel te bezuinigen. Met de partij die ons het meest aannemelijke voorstel doet vormen we dan een bouwteam. Dit gebeurd wel vaker en is helemaal niet nieuw. Eerder was ik hier niet zo’n voorstander van. Maar gezien de huidige marktsituatie vind ik het wel een mooie tussenvorm.

Je kunt wel prijsafspraken maken op basis van eenheidsprijzen en opslagen maar je laat de aannemer ook nog meedenken in het hele verhaal. Je geeft hem de kans om ook nog een stukje kwaliteit te leveren. Je hebt veel meer inspraak over de onderaannemers die er op de bouw gaan verschijnen. En ik hoop dat het dan ook niet meer zo’n kat en muisspel wordt. Dat als de veter van de uitvoerder knapt of er wat meer toiletpapier doorheen gaat dan begroot dit dan in rekening wordt gebracht als “meerwerk”. Benieuwd  hoe ons dit gaat bevallen.

Hoe vind u de juiste architect? ...

Indien u rond loopt met bouwplannen en u bent op zoek naar de ontwerper die het beste bij u past dan staat u voor een lastige keuze. Hoe weet u nu dat de ontwerper u goed begrijpt en met iets komt waar u graag in zou willen wonen? Elke ontwerper heeft zijn eigen visie en werkwijze. Het is vaak een hele persoonlijke keuze. Hoe voorkomt u dat u zaken opgedrongen krijgt waar u niet op zit te wachten? Het heeft alles te maken met het goed afstemmen van de verwachtingen. U kunt  veel doen om dit proces te sturen.

De mooiste ontwerpen komen tot stand door een intensieve samenwerking tussen u als opdrachtgever en de architect of ontwerper van uw keuze. Als u die partij de ruimte geeft om vrij te denken dan komen er de mooiste ideeën op tafel. Een ontwerper vinden die bij u past is een hele zoektocht. Neem daar dan ook de tijd voor. Bekijk naast de websites de projecten ook eens in het echt. Bel aan bij de bewoners en vraag om informatie. Vaak zijn bewoners vereerd met uw bezoek  en vertellen ze u graag over hun ervaringen met de architect of over hun bijzondere woning.

Ga dan eens een goed gesprek aan met zo’n architect of ontwerper die u aanspreekt.  Zo beland u uiteindelijk aan bij een partij die voor u goed aanvoelt. Een persoon waarmee u een klik heeft. Die persoonlijke klik is erg belangrijk. Want bijzondere architectuur kan alleen ontstaan als de ontwerper en de opdrachtgever op één lijn zitten.

Met een zogenaamd “Moodboard” kunt u in sferen aangeven wat wonen voor u precies betekend. Een moodboard is een collage van referentiebeelden die u aanspreken. Deze beelden zijn vaak weer aanleiding tot interessante discussies tussen u en de ontwerper. Waarom spreekt een bepaald beeld u aan? Hoe zouden we die kwaliteit terug kunnen laten komen in het ontwerp van uw huis?

een moodboard kan bestaan uit sfeerbeelden van interieurs die u aanspreken of foto’s van woningen die u erg bijzonder vind. Maar ook een foto van een oud horloge of een theekastje kan inspirerend werken. Een moodboard dient dus te werken als een soort inspiratiebron voor de ontwerper. Hij of zij kan aan de hand van de beelden achterhalen wat voor u belangrijk is. Het helpt om te komen tot een zeer persoonlijk ontwerp.

Verzamel dus beeldmateriaal van zaken die u aanspreken. Een mooi tapijt, een oud kastje, een foto van een veranda. Hiermee geeft u richting aan en maakt u het makkelijker voor de ontwerper om in de goede richting te gaan zoeken naar een uniek ontwerp dat aansluit bij uw verwachtingen. Het voorkomt dat de ontwerper te lang doorgaat op een verkeerd ingeslagen weg en daardoor de plan finaal mis slaat.

Daarnaast is het ook nog eens erg leuk om te doen en draagt het bij aan de voorpret. Op de website van VTWonen vind u een handige tool om zelf zo’n moodboard te maken. Het kan natuurlijk ook door gewoon  foto’s uit kranten of tijdschriften uit te knippen en op te plakken.  Ook dan kunnen er prachtige moodboard ontstaan die de fantasie prikkelen. Het geeft mij altijd erg veel inspiratie.

Wij wensen u alvast veel plezier met het maken van uw eigen moodboard. En schroom niet om de resultaten met ons te delen. Het verplicht u tot niets. Met uw goedkeuren plaatsen we ze dan op deze site als voorbeeld.

Het positieve geluid van Cradle to Cradle ...

Ik ben opgegroeid in een typische schuldgeneratie.  Ik heb heel veel zaken over me heen gekregen waar ik me als kind geen raad mee wist. De mens vervuilde, was verantwoordelijk voor de zure regen, knuppelde zeehondjes dood, veroorzaakte een oliecrisis of een kernramp zoals destijds in Tsjernobyl enz. enz.

Vandaag de dag is dat eigenlijk nog niet veel beter. Er wordt ons nog dagelijks een schuldgevoel aangepraat. Onze mondiale voetafdruk is te groot, er is teveel zwerfvuil in de zee, er zijn oorlogen om kostbare grondstoffen, we stoten teveel C02 uit waardoor er een broeikaseffect ontstaan. De negatieve berichten gaan maar door en het wordt allemaal veroorzaakt door de mensheid. Je moet sterk in je schoenen staan om het je als mens allemaal niet aan te trekken. Zeker niet na de dramatische film van Al Gore “An Inconvenient Truth”. Ik voel mij snel verantwoordelijk voor dit soort zaken. Ik wil graag iets doen maar wat kan ik eigenlijk doen?

Ergens in 2008 kwam ik in aanraking met het de Cradle to Cradle filosofie. Ik zag de uitzending van tegenlicht “Afval is voedsel” en  ik werd enorm getroffen door de positieve uitgangspunten die er voorbij kwamen. Noem het naïef maar ik werd er oprecht vrolijk van. We kunnen WEL wat doen en het is nog NIET te laat was de strekking. Het verlammende gevoel van “Ik kan er niks aan doen” maakte plaats voor een vrolijk onderbuik gevoel “ik kan een steentje bijdragen om het goed te doen!”

Grondstoffen raken dus op als we zo door gaan. De effecten ervan ondervinden we nu al. Olie gerelateerde producten worden met de dag duurder. Het onbetaalbaar worden van die kostbare grondstoffen zal ons uiteindelijk dwingen om er anders mee om te gaan. Het is geen kwestie dat het gaat gebeuren alleen een kwestie van wanneer gaat het gebeuren.

Ik ben werkzaam binnen de bouw en dus ligt daar mijn aandachtsveld. Een 100% C2C gebouw maken lukt vandaag de dag nog niet. Maar we kunnen vandaag wel alvast zaken in beweging zetten. Nadenken over welke punten we nu wel zouden kunnen gaan verbeteren. Bepaalde onderdelen wel 100% C2C uitvoeren. Keuzes maken dus.

Het doorvoeren van de principes van C2C zal stapje voor stapje moeten gaan. Het is een zoektocht naar de mogelijkheden. Daarbij is elk gebouw dat we nu volgens deze principes ontwerpen een moment opname. De kei, een C2C project van Flim architecten, waaraan MARKING ook heeft mogen werken is de stand van zaken op het gebied van C2C ano 2010.

Kennis En Innovatiecentrum DE KEI - Borger

Kennis En Innovatiecentrum DE KEI - Borger

In 2011 kan er dus een gebouw ontwikkeld worden die op sommige punten weer een stapje verder gaat dan een gebouw dat is ontwikkelden 2010. Je borduurt verder op de kennis en er komen steeds meer nieuwe producten en materialen met het C2C predicaat.  Dat maakt het dus steeds makkelijker om een echt C2C gebouw te gaan ontwerpen.

Ik zie dit voor mijzelf als een belangrijk zijspoor voor de lange termijn. Ik accepteer het dat het nu nog niet mogelijk is om alle projecten met deze uitgangspunten op te gaan pakken. Lang niet alle opdrachtgevers zijn daar al klaar voor trouwens. De kansen die ik krijg op dit vlak pak ik met beide handen aan.  Ik verdiep mij in de materie en verspreid mijn kennis en ervaringen daar waar ik kan. Ik voel me daar goed bij. Eindelijk kan ik iets goeds doen!

Workshop “Take the long way home” AvB te Groningen 5 juni 2010 ...

Afgelopen zaterdag werd was er de workshop “Take the long way home”  georganiseerd door de academie van bouwkunst te Groningen. De workshop werd geleid door kunstenaar Jeroen Doorenweerd (www.jeroendoorenweerd.com). De vraag kwam van de vier gemeenten in de streek Westerkwartier. Als toeristische aanjager is het bureau ISM-advies uit Wedde aangetrokken en Edo Jans van ISM-advies was onze begeleider voor die dag. Het doel van de workshop was tweeledig.

Enerzijds was het doel van de workshop was om architectonische objecten of inrichtingsvoorstellen te ontwikkelen ter markering van toeristische fiets- en wandelroutes in het Groninger Westerkwartier. Hiervoor waren een drietal locaties aangewezen. Anderzijds was de workshop de aftrap van het nieuwe studiejaar en konden de kersverse studenten kennis met elkaar maken.

Op vrijdagavond 4 juni 2010 hebben we met een twaalftal toekomstige studenten van de academie van bouwkunst de verschillende locaties bezocht. In Marum bezochten we Jilt Dijksheide, een van de weinige heidegebieden in het Westerkwartier. In Grotegast bezochten we een wandelgebied de Doezumermieden waar de provinciegrenzen van Friesland en Groningen elkaar raken. Als laatste locatie bezochten we Niehove een prachtig wierdedorp waarbij de oorsprong al dateert van voor onze jaartelling.

De zaterdag begon met een korte introductie en kregen we meer informatie over de gekozen locaties en de verwachtingen van de opdrachtgever. Onze eerste opdracht was om per locatie minimaal 2 ideeën te ontwikkelen. Dat lukte niet iedereen maar het is verbazingwekkend hoeveel leuke ideeën er op die manier gegenereerd worden. Ik vond het lastig om een keuze te moeten maken want elke locatie had wel iets unieks. Maar ik werd toch het meest getrokken door de wandeling door het natuurgebeid de Doezumermieden. Het lijkt sterk op het natuurgebeid “de Deelen” waar ik veel gewandeld heb.

Een ieder had zo zijn voorkeur en zo werd de groep van 12 man verdeeld over 3 groepen van 4 personen. Voor de Doezumermieden was een locatie toegewezen vlak naast de Lauwers. Op het grensvlak waar Friesland raakt aan Groningen. Een mooie locatie maar voor mij niet bijzonder genoeg. Ik vond het gehele natuurgebied vele malen indrukwekkender. Daar wilde ik iets mee gaan doen. Linda Bos deelde die visie en samen zijn we aan het ontwerpen geslagen. In de onderstaande tekst hebben we onze visie op het gebied verwoord:

Een wandeling door het natuurgebied de Doezumermieden is een intense belevenis. Opeenvolgend passeer je grasvelden, rietvelden en petgaten. Wij hebben getracht om de intensiteit van de beleving te verhogen door objecten te creëren die uitnodigen om langer in het gebied te verblijven. Elementen waarbij mensen denken “He als ik dit had geweten dan had ik … meegenomen!” Voor de een zal dit een goed boek zijn en voor de ander een hengel of een fototoestel. Je verhoogd daarmee de kans dat mensen nog eens terug komen naar het natuur gebied. Ditmaal beter bevoorraad. De objecten die we ontworpen hebben maken het ook mogelijk om een te worden met de natuur. Als je maar lang en stil genoeg blijft hangen, liggen of zitten in de objecten dan komt het wild vanzelf weer een kijkje bij je nemen.

Voor in de grasvelden hebben we cirkelvormige betonnen ringen ontworpen die refereren aan het verdwenen bos. Ze zien eruit als omgekapte reuzenbomen. In het hart van de stam is een vuurkorf opgenomen. Het spinthout, de buitenste jaarringen zijn verhoogd en vormen zo een zitbank. De vuurplaatsen nodigen uit om lange avonden door te brengen met vrienden, een goed fles wijn en misschien wel een gitaar.

Voor in de rietvelden leek het ons mooi om een aantal bizarre reusachtige rubberen paddenstoelen neer te zetten. Vreemde objecten die er zacht uitzien en uitnodigen om nader te onderzoeken. Het blijken een soort vreemde zitmeubels te zijn waar je ook in kunt klimmen. Onder de paddenstoel is het zomers heerlijk koel. In de paddenstoel zelf kijk je uit over de rietvelden en kom je in nauw contact met de wereld van de vogels. Een mekka voor de vogelspotter of fotograaf.

Voor de petgaten leek het ons prachtig om daar een aantal grote stalen bladeren te laten drijven. Die je met een touw naar de wal kunt trekken. Dan blijkt dat je er in plaats kunt nemen en heerlijk kunt dobberen op het water. Als je er genoeg van hebt dan trek je jezelf weer naar de kant toe en vervolg je de wandeling.

De dag vloog voorbij en ik vond het echt verbazingwekkend wat er allemaal uit kan rollen in een zo’n dag. Al die verschillende plannen en ontwerpen. Er zaten heel wat bruikbare concepten tussen. Er wordt een boekwerkje gemaakt van de resultaten en daarmee gaat echt wat gebeuren zo verzekerde Edo Jans van IMS-advies ons. Op kort termijn wordt een van de ontwerpen opgepakt en uitgevoerd. In totaal zullen ze 8 ontwerpen gaan realiseren die er die dag uit de pen zijn gerold. Dat is toch wel een heel erg mooi resultaat.

Een mens is nooit te oud om te leren ...

Ik ben blijkbaar iemand van de lange route. Dat kan ik rustig stellen want ik heb de LTS gedaan en daar een extra jaar nodig gehad om van B niveau op C niveau te komen. Op de MTS heb ik een extra kopjaar weg- en Waterbouw gedaan met als 8e en 9e vak Wis- en natuurkunde. Die vakken had ik eerder laten vallen maar ik had ze toen alsnog nodig om naar de HTS te kunnen. Die heb ik wel binnen 4 jaar doorlopen trouwens.

Niet gek dus dat ik het toen niet meer kon opbrengen om de TU erachter aan te doen.  Dat was een prima optie geweest. In 2,5 jaar had ik dan moeten kunnen doen. Maar de rek was eruit. Ik wou wat met mijn handen gaan doen. Daarbij wilde ik gaan samenwonen en niet weer ergens in een vreemde stad op kamers gaan zitten. Het leven zit vol met het maken van keuzes.

In 2000 ben ik begonnen aan de studie aan de academie voor Bouwkunst in Groningen. Achteraf op een totaal verkeerd moment in mijn leven. Ik was er nog niet aan toe en ook privé waren de omstandigheden niet optimaal. Dat is toen jammerlijk mislukt en na een jaar ben ik toen gestopt met die studie. Er is in die 10 jaar daarna veel gebeurd en privé sta ik er nu veel sterker voor. Ik heb nu het gevoel dat ik er wel klaar voor ben en heb me dus opnieuw aangemeld bij de academie.

Met knikkend knieën ging ik vrijdag 21 mei richting Groningen voor een toelatingsgesprek. Een tas vol met werk mee en tevens een map met foto’s. Ik heb als hobby fotografie en ook dat wilden ze graag zien. Ik had me voorbereid op een pittig gesprek van minimaal een 1,5 tot 2 uur maar stond na een kwartier alweer helemaal verbaasd buiten. Ik was aangenomen! Het werk wat ik had laten zien was meer dan goed genoeg om te mogen beginnen aan de opleiding.  Het gesprek ging dan ook al vrij snel over de vraag of ik me nog zou kunnen aanpassen aan een schoolssysteem met vooral jonge mensen.

Tja daar had ik me ook al op voorbereid. Natuurlijk ben ik straks een oude zak in vergelijking met al die andere schoolverlaters die net in de 20 zijn. Maar dat kan me niks schelen. Als ik van die academie af kom dan ben ik 45 jaar. Ik hoop dan nog een 20 tot 25 jaar met heel veel plezier mijn werk te kunnen doen. En daarbij heb ik er nu vooral erg veel zin in om weer eens iets te gaan studeren. Het zal heus niet makkelijk worden. Maar goed het leven is niet altijd makkelijk. Dat inzicht heb ik dan weer als oude bok. Het is blijkbaar gewoon mijn route in dit leven, ik bewandel hem op mijn eigen manier.

Google dwingt tot teksten die u niet wilt lezen… ...

Ik schrijf de teksten voor mijn website al jaren zelf. Ik vind het leuk om te doen en zou niet weten hoe ik een ander moet gaan uitleggen wat ik graag zou willen vertellen op mijn site. Daarbij verander ik continu en groeit mijn bedrijf. De teksten worden dus met grote regelmaat aangepast.

Blijkbaar doe ik dat wel goed want ik zie veel van mijn teksten terug bij collega bureaus op hun webpagina’s. De eerste jaren schreef ik ze aan met het verzoek om de teksten te verwijderen. Maar daar ben ik maar mee opgehouden. Het  is nu  al helemaal niet meer te doen.  De tekenbureaus schieten als paddenstoelen de grond uit en de websites worden met knippen en plakken in elkaar geflanst. Weinig origineel en veel jatwerk.  Dat is ook Internet helaas. Je doet er niks aan.

Ik zie het maar als een compliment voor mijn creativiteit en bedenk dus steeds nieuwe teksten om toch maar weer onderscheidend te zijn. Zo heb ik onlangs dus weer al mijn teksten aangepast. Ik heb nog geen clone’s gevonden maar dat duurt op Internet nooit zo lang.

Wat ik wel moeilijk vind om los te laten bij het schrijven van teksten is het Google dogma. Vindbaarheid is een belangrijk iets bij het opzetten van een site.  Het gaat daarbij om de woorden die u gebruikt om mijn pagina te vinden. U bent op zoek naar relevante informatie en om goed gevonden te worden dwingt u mij in feite om uw zoekwoorden zo vaak mogelijk terug te laten komen in mijn teksten.  Dat resulteert in saaie lange teksten met veel vaktermen.

Dus om goed gevonden te worden door Google moet je de teksten volproppen met zoekwoorden en zo ontstaan saaie lappen tekst waar u vervolgens op afhaakt.  In mijn ogen schiet je dus je doel voorbij. De Internet bezoeker wil namelijk graag inspirerende kort teksten lezen die ontdaan zijn van vakterminologie. Wat een dilemma!

Ik heb met mijn nieuwe site het toch maar over een andere boeg gegooid. Ik ga voor korte informatieve teksten die inspirerend werken. Of het gaat werken is nog maar de vraag natuurlijk. Mijn websitebouwer adviseerde me in ieder geval wel om mijn teksten te gaan herschrijven. Hij had een gouden tip voor mij. Zorg ervoor dat de meeste gebruikte zoekwoorden terug komen in de hoofdcontent. Diepe zucht, ik hoop dat Google snel een algoritme gaat ontwikkelen dat meer kan dan domweg woorden tellen.